Inbraak in de kerk in 1817

7632 Archief Parochie Sint Jacobus de Meerdere
Inventarisnummer: 037

 

Hieronder volgt de letterlijke tekst van dit archiefstuk. Opvallend is het feit dat er nog geen politie of veldwachter aan te pas komt. De burgemeester gaat in eigen persoon onderzoek doen en maakt daar een verslag van. Bedenk dat de inbraak niet gepleegd is in de huidige kerk, maar in de vorige kerk. Daarvan zijn nu alleen de contouren in het kerkplein nog te zien.

Verder bestond de buit vooral uit textiel.

Tenslotte wordt er op het eind melding gemaakt van een Sinte Cornelis huisje. Blijkbaar was er een apart gebouwtje voor de verering van Sint Cornelis. De offerstok zouden wij nu een offerblok noemen.

 

 

Procesverbaal van burgemeester Johannes van der Ven van het onderzoek naar de inbraak in de kerk in de nacht van 8 op 9 juli , 1817

no 124
Op heden den negende julij 1817 omtrent zeven uren in den morgen zijn wij Johannes van der Ven, fungerend burgemeester van Zeeland, kanton Grave, provincie Noord-Braband, geinformeerd dat in den afgelopen nagt in de Roomsch Catholieke Parochiale kerk alhier ingebroken was geworden. Waarop wij ons hebben begeven na gemelde kerk en aldaar, geassisteerd met Nicolaas Bouwens, koster en schoolonderwijzer der gemeente gekomen zijnde, hebben wij bevonden, dat aan de Noordzijde van de kerk tegenover een glasraam stond opgerigt eene ladder van twaalf sporten. In welk glasraam een klein vengstertje openstond, waardoor een inklimming in de kerk mogelijk was. Vervolgens ons langs de gewoone deur in de kerk begeven hebbende, hebben wij in de Noordzijde van de kerk gezien, dat het openstaande vengstertje juist was boven een daar staande biegtstoel, onder welke biegtstoel stond een ordinair kerkstoeltje, waar langs de inklimming in de kerk had plaats gehad. Van daar geassisteerd als voorschreve, heeft gemelde koster ons gebragt voor het Hoog altaar, alwaar denzelven ons verklaarden dat weggenomen was:

Als een blauw en wit gestreepte dekdoek van linne en catoen.
Drie pelle dweilen en een boekje van de maand en jaargetijde.
Vervolgens voor het altaar van St. Antonius, alwaar weggenomen was:
Een blauw en wit gestreepte dekdoek van linne en catoen en drie pelle dweilen.
Van daar voor het altaar van St. Anna alwaar weggenomen was:
Een blauw en wit gestreepte dekdoek van linne en catoen en drie pelle dweilen.

En eindelijk na de oude Zangersbank waarin een klein gesloten geldkastje, in welk geldkastje stak een groote agt duimsche ijzere nagel, welke uit de hofpoort van de heer pastor was gehaald, welke had gediend om het slot te forceeren, waarin de daders echter niet zijn geslaagd, doch uit de voornoemde Zangersbank weggenomen hebben een boorkleed? van lidaet? laken met een blauw kruis, om de kanten met blauw en geel franjes bezet.
Vervolgens heeft gemelde koster ons verklaard, dat van de communiebank was weggehaald het communiekleed van wit linne, aan den onderkant met roode saij bezet.
Terwijl bij eene naauwkeurige visitatie wierd bevonden, dat de daders hadden getenteerd om het tabernakel in het Hoog Altaar te openen, doch vrugteloos. Met alle welke hier voore gespesificeerde goederen, de daders door het selve glas raamtje, waar zij ingeklommen waren geweest, wederom zijn uitgeklommen. En na geinformeerd te hebben na de eigenaar van de ladder, die tegen het glasraam der kerk, alwaar de in- en uitklimming had plaats gehad, stond, is bevonden dat die toebehoorden aan Johannes Spierings, armeester dezer gemeente, gelijk denzelven dan ook heeft erkend, welke ladder in de opene schuur van gezegde Johannes Spierings geplaats was geweest. En van daar in de nagt op een stille wijze was weggenomen, alsmede een paar ijzere karhagten, welke aldaar aan de lange kar waren, alsmede het slot van de schuur van J. Spierings voornoemd. Eindelijk geinformeerd dat den offerstok, staande op straat tegenover het zoogenaamde Sinte Cornelis huisje bij de kerk mede was opengebroken, hebben wij ons aldaar begeven en bevonden dat van denzelve offerstok den ijzere band, welke daar boven omlag was afgebroeken, zonder echter het slot te openen.
Van welk alles wij het tegenwoordige proces verbaal hebben opgemaakt en beneffens Nicolaas Bouwens, en Johannes Spierings ondertekend te Zeeland op dag, maand en jaar als boven.
(getekend) N. Bouwens; J. Spierings; J. v.d. Ven.